Over Batty de vleermuis, oordoppen en het platteland.

Het is zaterdagochtend. Zo’n heerlijke zaterdagochtend waarop je uren in je pyama kunt zitten en niet echt iets hoeft. Het nieuws staat aan en de krant ligt op schoot. In mijn linkerhand zorgt de cracker met honing voor een plakkerige bedoeling. In mijn rechterhand mijn nieuwe telefoon; zo een met duizend functies en apps waarvan je er gemiddeld twee gebruikt. Ik stuur een vriendin met wie ik later koffie zal drinken nogal stuntelend via het touchscreen een smsje. Heel even mis mijn oude nokiaatje waarmee je in elke situatie met één hand razendsnel elk gewenst bericht kon versturen. Naast me staren mijn laptop en mijn acht ongelezen emails me aan. Na de sms blader ik al kauwend door de krant en lees ik de hysterische kop in ‘Wetenschap’ : ‘Stadsmens, gestresste mens’. Ondertussen vertelt Jan de Hoop (met wederom een bijpassend kopje bij zijn bloes) vanuit de studio van RTL4 ook dat wij stadsmensen overdreven gestresst zijn.

Nu woon ik eigenlijk in het grootste dorp van Nederland, maar ik voel me toch aangesproken. De volkskrant legt me uit dat stadsmensen reageren op stress zoals ‘gestresste proefdieren’ of ‘soldaten die net terug zijn van het front’. Ik doe een kleine psychologische zelftest op overdreven argwaan, angst of hysterie en constateer dat het allemaal reuze meevalt.

De Homo Urbanis heeft dus een hyperalert en waakzaam brein en reageert veel heftiger op stress dan de plattelander. Bovendien hebben we een labiele emotionele thermostaat. (De amygdala, een deel van onze hersenen dat onze emoties controleert.) Opeens denk ik terug aan mijn vakantie in Zweden. Na dagenlang heerlijk gebivakeerd te hebben tussen het groen aan koele meertjes waren we voorzien van voldoende frisse lucht en rust en besloten we Stockholm te bezoeken. Ik keek mijn ogen uit. Wat een mooie mensen! Wat een hippe winkels! Wat een prachtige gebouwen! Wat veel te doen! Wat veel te zien! Ik weet niet waar ik moet beginnen! En bovendien hebben ze hier wel zes H&M’s op een rij! Mijn Knaagje begon zich ermee te bemoeien. (Over Knaagje…) Ik werd onrustig, wilde alles tegelijk doen, keek spichtig om me heen hoe iedereen eruit zag en wat de musthaves en do’s van dit seizoen dan zijn. Ik had maar twee uur de tijd om alle zes de H&M’s te bezoeken en bovendien de rest van de acht winkelstraten te zien. Ik moest een nieuwe outfit en kadootjes kopen voor al mijn vrienden en familie. En opeens voelde ik iedereen afkeurend naar me kijken omdat ik temidden van dit designwalhalla in mijn oude vakantiekloffie liep. Mijn labiele amygdala was volledig de weg kwijt. Helemaal niet hip en gelukkig van korte duur. Als ik er aan terug denk voelde ik me heel even zoals Batty in Fern Gully.  (Voor wie het niet kent; Batty is een compleet gestoorde, ontsnapte, verdwaalde proefdier-vleermuis die nu in een door mensen bedreigd elfenbos genaamd Fern Gully woont. Een klassieker wat mij betreft.)

Lucht- en lichtvervuiling, lawaai, overal Nederlandse snackbars gerund door Chinese families, goedkoop amusement, horden mensen en vooral heel veel te kopen. De hoeveelheid prikkels die we moeten verwerken is eindeloos. Geen wonder dat ons brein oververhit raakt. Daarnaast zijn wij oorspronkelijk gemaakt om in de natuur te (over)leven. Dit zit in onze blauwdruk, hoe stads we ook zijn. Anno 2011 hebben veel oerbossen en natuurlijke meren plaats gemaakt voor groenstroken langs de snelweg, schmutzige hondenuitlaatplekken en overvolle parken. Helemaal niet gek dus dat we ons ontheemd kunnen voelen als we niet zijn op de plek waar we horen te zijn: met onze blote voeten in het bos. De evolutie van ons lichaam en ons brein gaat nou eenmaal niet zo snel als die van onze stadsontwikkeling en technologie.

En het is juist die technologie die ons helpt om te overleven. Ik lees dat het juist Zweedse sociologen zijn geweest die stellen dat wij stadsmensen ons graag verschansen achter onze smartphone, oordoppen en krant om ons af te sluiten voor alle prikkels. Weer ga ik mezelf na. Krant: check. Laptop: check. Smartphone: check. Oordoppen: check. Ai. Zie nou wel, mijn vader heeft gelijk. De stad is net als ‘Sodom en Gomorra’. Ik sta op het punt de huur op te zeggen tot ik besef dat ik zometeen heerlijk op de fiets spring, op de markt een biologisch taartje ga kopen, koffie drink met een vriendin, een boekenwinkel in loop en weer naar huis fiets. Ik hou van de stad. Van de mensen die ik er ontmoet. Van de mogelijkheden die er zijn. Van de avonturen die ik ontdek. En hoeveel ik het bos soms ook mis, ik wil hier helemaal niet weg!

En ik besluit, vandaag ga ik het anders doen. Ik ben er van overtuigd dat we in de stad ons eigen platteland kunnen maken. Door af en toe van facebook af te gaan en echt ‘real-life’ contact te maken met de mensen om ons heen. Vanuit ons hart en zonder verwachtingen. Door te wroeten in de aarde van ons ienieminie tuintje of de bloempotten op ons balkon. Door onze amygdala een beetje rust te gunnen met een lange douche. Door onszelf te verwennen met een massage; een moment waarop we helemaal niets hoeven en weer even thuis komen komen in ons eigen lijf. Door te zingen, te dansen, te voelen dat we leven. Door af en toe naar het bos te gaan of naar zee. Als ik dit typ zit ik in mijn tuintje in de zon. Ik hoor de blaadjes ruisen, vogels fluiten en verheug me op de aardbeitjes die bijna rijp zijn. Ik heb een fijne week vol met rustgevende massagesessies en misschien wel een moment in mijn atelier voor de boeg en ik weet;

Dit is mijn platteland, midden in de stad.

Advertenties

3 gedachten over “Over Batty de vleermuis, oordoppen en het platteland.

  1. Roos

    Heerlijk geschreven weer.

    Ik moet wel zeggen dat ik na vier weken Canadese wildernis verschrikt om me heen keek en me volledig ontheemd voelde des te dichter we bij Vancouver kwamen. Niet meteen in de stress, maar me wel bewust dat ik buiten en in het bos tussen de meren en de bergen (en de muggen), met om iedere bocht weer een verrassing (hard rammelend met mijn berenbelletje hopend dat deze geen zwarte beer, of nog erger, een grizzly zou zijn) volledig vrij van stress ben. Niets hoeft. Niemand die een oordeel over mij, en mijn net zo oude vakantiekloffie (waarvan ik het grootste deel ook maar in de wildernis heb achtergelaten – sommige dingen kunnen echt niet meer), velt.
    Dat ik af en toe op een open plekje in het bos aan een picknicktafeltje met mijn netbookje zat om toch een paar uurtjes werk te verstouwen (Canada is, afgezien van benzine, twee keer zo duur als Nederland!!) voelde totaal niet gestresst, alleen maar heel erg rijk.
    Ik kan alleen maar zeggen dat ik me aanpas aan de omgeving. In Azië was het in de steden nog twintig keer drukker en chaotischer, maar de mensen en de omgeving leenden zich niet voor stress en ik kon daar heerlijk ontspannen rondstappen en alles in me opnemen.

    En nu even heerlijk ontspannen de restanten van mijn vakantiekloffie uitwassen

  2. Pingback: Buik is the new black… « Stille Verhalen

Schrijf je mee?

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s